Beernem

12-01-09

Frank Vanslembrouck is dé Krak van Groot-Beernem

De titel van Krak 2008 van Groot-Beernem, een verkiezing georganiseerd door Het Brugsch Handelsblad, gaat naar Frank Vanslembrouck, voorzitter van toneelvereniging Wonnebronne. Al jarenlang ontpopt hij zich als één van de betere toneelspelers, die het Beernems toneellandschap kleuren.

“Meen je dat nu echt”, vraagt de 46-jarige Frank Vanslembrouck zich af, als we hem het nieuws brengen. “Wat houdt dat nu eigenlijk in. Toen we het hoorden waren we op weg naar Roeselare. Mijn vrouw Véronique en ik hebben nog een uurtje in de auto zitten lachen. Seffens staan hier nog politieke partijen voor mijn deur om als stemmentrekker op te treden”, lacht hij. “Ik heb er eigenlijk niets voor gedaan, alhoewel ik eerlijk moet toegeven enkele mailtjes verstuurd te hebben naar vrienden om op mij te stemmen. Blijkbaar heeft het geloond”, aldus Vanslembrouck, die naast het toneel ook nog schaken als hobby heeft. “Gelukkig dat ik al kon schaken toen ik mijn vrouw leerde kennen, want anders had ik haar nooit kunnen schaken”, gaat Vanslembrouck op ludieke toon verder. “Ik heb ook nog schaakspelen verzameld, maar heb ermee opgehouden, want dat nam te veel plaats in”, aldus Vanslembrouck.

Toneel

krak“Om terug te keren op mijn andere hobby, het toneel, moet ik zeggen dat ik eigenlijk gestart ben als decorbouwer. In mijn eerste stuk geregisseerd door Johan Bastiaenssen, werden felle decorpanelen gebruikt, die pijn aan mijn ogen deden. Volgens Johan was dit juist de bedoeling, maar dat heb ik nooit begrepen. Pas daarna kreeg ik een eerste rol. Ik had al eens aan de universiteit in een rol meegespeeld en dat was heel goed verlopen. De stukken die we hier voorbereidden waren gans andere koek. Ik moest zo’n derde van 100 bladzijden kennen. Je moet goed geconcentreerd blijven op scène. Je ziet de mensen niet en het komt er op aan om je tekst te beheersen. Zo loop ik hier in de tuin de tekst te leren vooraleer ik een stuk moet spelen”, aldus Vanslembrouck.

Preekstoelwedstrijd

In het vroegere café De Zevende Hemel stond er een preekstoel en zo’n vijf jaar na elkaar werd er een preekstoelwedstrijd gehouden. “Ja, dat was schitterend”, herinnert Vanslembrouck zich nog levendig. “Onze betreurde Gillis Demeyer was één van de voortrekkers van die declamatiewedstrijd. Het kwam er op aan om gedurende een twintigtal minuten het aanwezige publiek te onderhouden over alle mogelijke onderwerpen. Het is jammer dat zoiets niet meer bestaat”, aldus Vanslembrouck, die vooral de eerste editie de beste vond. Op de vraag wat een goede toneelspeler onderscheidt van de doorsnee mensen, denkt hij even na en stelt dat er een aantal technische aspecten aanwezig moeten zijn. “De concentratie put je uit het feit dat je alleen op scène staat, de grond, het licht, je ziet de mensen niet. Je hebt nergens last van, je kunt vertrouwen op jezelf. Als technische aspecten heb ik het over houding, ademhaling, uitspraak, mimiek, eigenlijk alles wat met lichaamsbeheersing te maken heeft. Dan hebt ge het mindere grijpbare, zoals, begrijp ik wel wat ik aan het doen ben, niet alleen de tekst, maar ook de structuur, de boodschap die er al dan niet is. Het overbrengen is nog iets anders. Je kunt pas iets overbrengen als je de techniek onder de knie hebt. Ikzelf lijd aan positieve faalangst. Stress is voor mij een stimulerende factor”, legt Vanslembrouck uit.

Jeugd

“We werken aan doorstroming van de jeugd. Vroeger hadden we een jeugdwerking, maar de periodes tussen de stukken duurden te lang. Deze zomer heeft de jeugd een opleiding gevolgd. Er steekt wel wat talent in. Ze hebben onder leiding van Sabine Goethals in vijf dagen tijd een stuk gecreëerd, gerepeteerd en gespeeld. Dat was prachtig. Ons doel is stukken te vinden waar we tussen volwassenen enkele jongeren kunnen inschuiven. Gelukkig hebben wij een prachtige theaterzaal, waar Dirk Derre instaat voor de techniek”, besluit Frank Vanslembrouck, die bij elk nieuw stuk nog steeds bijleert.

Anecdotes

Dat er tijdens een toneelstuk wel eens het een en ander verkeerd kan lopen, heeft Frank Vanslembrouck meerdere keren mee gemaakt. “Ik speelde een bijrolletje in een stuk Cyrano de Bergerac met Dirk Vermeire in de hoofdrol. Mijn twee kinderen zaten op de eerste rij en waren toen zo’n zes en vier jaar oud. Op een gegeven ogenblik word ik als anti-held in een schermfase gekwetst. In mijn zak stak een zakdoek vol rood kleursel. Op een gegeven ogenblik slaat Vermeire mij onder de oksel met zijn sabel en moest ik vliegensvlug vallen en dat kleursel over mijn hemd strooien, zodat het leek of ik vol bloed hing. In de zaal was het muisstil en op het ogenblik dat ik neerviel riep onze Ben luid : “Papa!”, zodat de ganse zaal plat lag van het lachen. Een andere keer speelde ik in een stuk Amadeus, waar een slechtziende mevrouw met geleidehond op de eerste rij had plaats genomen. Die hond was veel gewoon, was al naar andere voorstellingen geweest, opera, vuurwerk, carnaval enz…, zonder ooit te bewegen. In één van de laatste scènes komt Hans die de bedreiging moest uitbeelden. Hiervoor was hij volledig in het zwart gekleed, met masker op en een lange zwarte cape rond zijn schouders. Zware muziek, de lichten dimmen in de zaal en plots gooit Hans zich vooruit en brengt een schor geluid uit. Op dat ogenblik vliegt die hond naar voor en hapte toe, maar gelukkig had die vrouw de hond goed vast. Ik heb nog drie minuten kunnen voort spelen en dan was het over, niets meer, alles was weg. In hetzelfde stuk lag een lijk op tafel en op een gegeven ogenblik rolt dat lijk van die tafel op de grond. Toch bleef die man gewoon liggen. Een ander zou roepen van de pijn, neen die speler had gewoon de présence om zijn rol als lijk verder te spelen”, lacht Frank Vanslembrouck.

15:34 Gepost door Reginald in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.